169
na Kuilenburg spelen’. Daardoor meent hij nl. ontvluchten naar de vrijplaats
Kuilenburg.
Een fictief liedje is dat vermeld in de uitdrukking, door Breero in de
Klucht van de
Koe
(vs. 434) en ook door anderen gebruikt voor feestvieren en drinken:
van Aaltge
zingen
. Hierin wordt gespeeld op den vrouwennaam
Adelheid
, doch tevens op het
middelnederlandsch
ale
, een zeker soort bier (cf. eng.
ale
)
1)
.
II.
Vele namen van bestaande plaatsen, die herinneren aan woorden nog algemeen
in gebruik, leenden zich tot zulke scherts. Namen van deze soort waren b.v.
Kuilenburg en Domburg in Holland, Meenen en Sottegem in Vlaanderen. Naar de
bestaande voorbeelden vormde de volkstaal er vele anderen.
Wil men te verstaan geven dat men iets verkeerd opvat, zoo wordt geantwoord,
vooral op het gezegde ‘ik heb dat
gemeend
’:
Meenen
ligt bij
Kortrijk
. Dit komisch
antwoord hoort men dagelijks in Vlaanderen. Ook wel:
Meenen
en
missen
beginnen
met dezelfde letter, doch hierin ligt geen zinspeling meer op het Westvlaamsch
stadje
Meenen
.
Kortrijk
wordt mede in verband gebracht met den naam van het stadje
Duren
in
Duitschland:
Duren
, zegt men, is een schoone stad, maar
Kortrijk
(d.i. kort rijk) ligt
er over (of: dicht bij) of wel:
Duren
is een schoone stad, die aan het
Sparen
ligt.
Iets onwaarschijnlijks, onmogelijks of on
waars
, is, in Vlaanderen, ‘gebeurd te
Waregem
en verteld te
Leugegem
of ‘uitgebeld te
Sottegem
’.
Waregem
en
Sottegem
zijn twee dorpen in Vlaanderen; het andere,
Leugegem
, zou men te vergeefs op de
kaart zoeken.
Wie domme praat vertelt, komt, zegt men, ‘van
Seevergem
’ (een dorp bij Gent).
In dezen zin bezigt de Vlaming nog heden het bij Breero voorkomende werkwoord
zeeveren
.
In Holland is, volgens De Brune, van de inwoners van
Domburg
, een stadje op
het eiland Walcheren, niet veel te verwachten:
Die wysheid van een dwaes begheert
Die is oock zelfs die name weerdt
2)
.
1) Hoe vrij ook, willen wij verder niet onvermeld laten de uitdrukking: ‘den
Lubbert
in de wei
laten.’ (Breero,
Koe
vs. 514), een woordenspel met den mansnaam
Lubbert
, in Overijsel ook:
een plompe lompe vent, en het thans verouderde
lubbe
of
lobbe
(= mannelijk teellid) van
waar nog
lubben
(= castreeren).
2) De naam van dit stadje gaf overigens aanleiding tot een merkwaardige vervorming eener
zeer bekende volksoverlevering, waarbij wij hier een oogenblik willen stil blijven.
Over de afleiding van dezen plaatsnaam bestaan verscheidene zienswijzen. Op grond der
oudste schrijfwijze
Dumnburch
in een keure van het jaar 1223, heeft men getracht hem af te
leiden van
dominiburg
, burcht van den heer des lands, of anders
doemburg
, burcht waar
gedoemd, d.i. recht gesproken werd. Anderen zijn voor
duinburg
. De volkshumor echter weet
zoo niet iets beters, dan toch iets vermakelijkers.
‘De naam ontstond nl. bij den kerkbouw. Men trachtte toen met veel moeite, doch natuurlijk
te vergeefs, een langen balk overdwars door een deuropening naar binnen te werken.
Terzelfder tijd zag men een vogel met een langen stroohalm in den bek een gat in den muur
binnenvliegen en bemerkte tevens, dat de vogel het stroo niet overdwars maar overlangs
naar binnen bracht. En ziedaar het middel gevonden om ook den balk op zijn bestemming te
krijgen. De werklui stonden verbaasd over het eenvoudige middel en konden niet nalaten uit
te roepen:
Wat zijn we toch domme burgers
en daardoor werd de plaats Domburg geheeten.’
(Zie Kesteloo,
Domburg en zijn Geschiedenis
, Middelb. 1890, p. 3.)
Taal en Letteren. Jaargang 2
Commenti su questo manuale