187
wien zooveel moeielijks of ongewoons voorkomt, vrij wat moet overgelaten worden
aan de scherpzinnigheid der lezers, omdat anders de commentaar gevaar zou
kunnen loopen, den tekst dood te drukken, kan niet ontkend worden. Toch heeft de
ervaring bij mijn onderwijs aan candidaten voor de middelbare akte mij geleerd, dat
men niet te veel op die scherpzinnigheid moet rekenen; en zoo is er dan ook het
een en ander, waarvan ik de verklaring ongaarne mis. Om niet te uitvoerig te worden
bepaal ik mij voor de aanwijzing daarvan tot de eerste 800 regels.
In regel 31 ware misschien eene enkele toelichting bij
schalk
(bedrieger) niet
overbodig geweest.
In reg. 34 zou ik bij de uitdrukking: ‘draayende de regeeringe op hunnen duim’
de verklaring van het beeld gewenscht hebben. Daar men zoo licht geneigd is, bij
duim aan het lichaamsdeel te denken (vgl. naar zijne hand zetten, om zijnen vinger
winden) ware de opmerking wel niet ongepast geweest, dat het beeld hier aan het
draaien eener deur ontleend is en de duimen de oudere vorm der scharnieren waren,
waarop de groote deuren draaiden.
In reg. 40 zou ik hebben opgemerkt, dat
gezintheit
hier
gezindte
beteekent.
In reg. 54 verdiende de conjunctief
zy
als teeken van vermoeden wel eenige
opmerking.
In reg. 61 had
dartelheit
als brooddronkenheid mogen verklaard worden.
In reg. 63 had bij
der zaaken loflyk gevoert
moeten opgemerkt worden, dat wij
hier de letterlijke vertaling hebben van
rerum honorifice gestarum
en dat met
zaaken
dus in den zin van het Latijn zoowel het burgerlijk bestuur als het krijgsbestuur
bedoeld wordt.
In reg. 67 wenschte ik de verklaring van
Waalen
als Galliërs tegenover reg. 83,
waar
Waalsch
terecht met Fransch is verklaard.
In reg. 80 ziet men niet duidelijk, of
haar
op
liefde
of op
gemeente
slaat. De
vertaling van
gestreelt en gestooft
hangt natuurlijk af van de opvatting van
haar
.
In reg. 90 vlg. is verschil van opvatting mogelijk en daarom ware daarvan eene
verklaring niet overbodig. Beteekent de zin, dat de gebreken der Spanjaarden den
Nederlanders niet eigen waren en niet in den weg zaten (in den zin, waarin men
ook van eenen domkop zegt, dat het verstand hem niet in den weg zit), of moet men
deze woorden vertalen met: omdat ze den Nederlanders niet eigen waren en daarom
ergerden?
In reg. 96 is
beveinsden
(ontveinsden) te onrechte zonder opmerking gelaten.
In reg. 98 is
de meester maakten
wel van eene opmerking voorzien, maar is
onopgemerkt gebleven, dat
meester
daar in den eersten naamval staat, alsof
maken
een gewoon koppelwoord ware.
In reg. 113 mis ik bij
delven
de verklaring: levend begraven.
In reg. 115 vind ik bij
verre
(= verreweg)
de meeste
geene opmerking: wel in reg.
2406 bij
verre meester
.
In reg. 129 eischte
manier maken
de verklaring: in de mode brengen.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Commenti su questo manuale