de arbeid van den Heer Meyer moge zijn, wat het tooneelwerk aangaat, het oordeel
van Mehler alles overtreft wat ooit over Langendijk in 't midden is gebracht. De
stoffige is nu een
mensch
geworden; de stoffige boekjes zijn nu arbeid van dezen
mensch. Er is groot talent in dit boek; een benijdenswaardige
vrijheid
van geest,
een buitengewone gemakkelijkheid van beweging, een open oog en een scherpe
blik; aan waarheidszin paart er zich neiging tot waardeeren; en eindelijk: deze
schrijver is een
auteur:
daar is ziel, karakter en verstand in zijn
taal
. Het zou ons
niet verwonderen, als de kenners groote verwachting van den Heer Mehler gingen
koesteren. Wij wierpen al gaarne een blik in de toekomst. Het is jammer dat
Langendijk den schrijver niet in persoon dankbaar kan zijn. Er is niets beters over
hem te zeggen misschien. Het is zeker, dat er nooit iets beters en verstandigers
over hem werd gezegd.
V.D. B.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Commenti su questo manuale