Engel IB144 Manuale Utente Pagina 347

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 440
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 346
292
Hagar van Da Costa.
Tekstverklaring.
(
Vervolg
.)
21-38.
In vers 1-20 heeft Da Costa met enkele forsche trekken het tooneel geteekend,
waarop we ons thans met hem bevinden. Nu komt Hagar te voorschijn en juist in
de tegenstelling met al het geweldige, waaraan de dichter herinnerd heeft, gevoelt
men al haar verlatenheid. In de voordracht moet deze tegenstelling ook voelbaar
worden. Te veel klank en nadruk zou in deze strophe II niet passen. Er moet iets
van de doodige rust van 't landschap in het statig-langzaam-gelijkmatige lezen
liggen. Bij dit lezen zijn de leesteekens, de komma's en de punten, metterdaad
rustteeken,
diep verneêrd
sluit zich echter in rasscher lezing nauwer aan bij
fierheid
;
de lettergrepen (neem b.v. het woord:
onbewogen
) volgen op elkaar duidelijk
gearticuleerd, maar met zekere bedaarde langzaamheid; de eindconsonanten in
uur
,
stil
,
stor
-,
wil
-,
een
-,
vrouw
enz. verdubbelen zich in duur en vocalen als de o's
in
onbewogen
en
oog
, de ie in
fier
, de a in
naberouw
verlengen ietwat;
naberouw
echter verlengt door den zwaren klèmtoon op
na
en zoo'n klemtoon krijgen ook de
beide woorden
diep
(24 en 25),
dubbel
en
klemmend
(28). Met vers 31 kan er meer
leven in de voordracht komen:
wierp tuchtigend
wordt uitgesproken kort en met
klem; klem moet er ook in de volgende verzen zijn en veel aanmanende nadruk in
en dat zich 't hart
etc.; in 35
Voor u ook enz
. moet iets troostelijk verheffends liggen:
kort en ras dat
Voor ù ook
, nadrukkelijk dat
brood en water
en wat er volgt. Die
verheffing moet aanhouden in 36-38: steeds meer kracht en rijzing in de stem: maar
zonder overdrijven, nooit zich inspannen, en met matige kracht vooral eindigen.
Dat Hagar Sara, haar meesteres, minachtend op haar moederschap had gewezen
(Genesis XVI, 4-5) merkten we op. Toen ze voor Sara gevlucht was, nam ze haren
weg de woestijn in, in de richting van Egypte: in Gen. XVI wordt ze eene
Egyptische
genoemd. Da Costa noemt Egypte het
Land van Cham
, den bekenden zoon van
Noach (Gen. IX, 20-26), die de stamvader der zwarte volken werd; het is ook bekend
dat de oude inheemsche naam van Egypte Chemi of Kemi (= zwarte grond) geweest
is; in het Oude Testament wordt dit met Cham in verband gebracht.
De
eikenbosschen van
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vedere la pagina 346
1 2 ... 342 343 344 345 346 347 348 349 350 351 352 ... 439 440

Commenti su questo manuale

Nessun commento