Engel IB144 Manuale Utente Pagina 281

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 440
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 280
233
Woordverklaring.
Niets minder dan en niet het minst.
Wanneer wij ironie en sarcasme buiten rekening laten, zal het zeker niet dikwijls
voorkomen, dat een en dezelfde uitdrukking twee beteekenissen kan hebben, welke
lijnrecht tegen elkander indruischen.
Met de dubbelzinnige termen, die boven dit opstelletje staan, is dat evenwel het
geval.
In
Cornelia Wildschut
, den roman der dames Wolff en Deken, schrijft iemand aan
een zeer degelijk jonkman, die genezen is van zijn liefde voor een oppervlakkig
meisje: ‘Ik besluit des uit uw veranderd denken omtrent haar,
niets minder
,
dan
dat
gij los en veranderlijk van aart zijt.’
1)
. Met
niets minder
,
dan
wordt hier bedoeld:
volstrekt niet
. Maar de lezer, die niet let op het verband, is onwillekeurig geneigd
de bewuste woorden op te vatten in de beteekenis:
op zijn minst
,
ten minste
.
2)
Evenzoo is het gesteld met deze regels van Huygens:
Is 't onkruid, 't is van 't best, 't is vriendelijk, 't is fijn,
't Is zoet en schadeloos en
niet min als
venijn.
3)
Ook het Duitsche
nichts weniger als
heeft de beteekenis van
volstrekt niet. Es ist
nichts weniger als schön
kan alleen beteekenen: het is volstrekt niet mooi, het is
leelijk.
In het hedendaagsche Nederlandsch zijn beide opvattingen mogelijk; maar die
van
niets minder dan
als
volstrekt niet
begint toch zeldzaam te worden.
1)
Corn. Wildschut
, IV, 348.
2)
In den
Hollandschen Spectator
(2
e
druk, II, 398) lezen wij: ‘Gy moet weten, dat ik de eer heb
van een verlopen student te wezen, hoewel ik
niet minder dan
zot ben.’ Ook hier bet.
niet
minder dan
volstrekt niet.
In
Willem Leevend
(VII, 31): ‘Gy weet, Jongen lief, dat ik
niets minder ben dan
volmaakt... Ei
zie, daar schuilt iets dubbelzinnigs in die woorden; maar waar het hem zit, weet ik niet, en ik
heb geen groot geduld om te lettervitten.’
In den
Geestelijken Don Quichot
(I, 210): ‘Zij was zes en twintig jaar, wel gemaakt en mooi,
hoewel haar gelaat reeds veel van deszelfs frischheid en jeugd verlooren had: doch dewijl
het overschaduwd wierd door een zomerhoed, en haar hair onagtzaam opgemaakt dit
versierde, scheen zij
niets minder dan
onbevallig.’
3) Geciteerd uit Duyser's
Stijloefeningen
(1892), blz. 87.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vedere la pagina 280
1 2 ... 276 277 278 279 280 281 282 283 284 285 286 ... 439 440

Commenti su questo manuale

Nessun commento