Engel IB144 Manuale Utente Pagina 348

  • Scaricare
  • Aggiungi ai miei manuali
  • Stampa
  • Pagina
    / 440
  • Indice
  • SEGNALIBRI
  • Valutato. / 5. Basato su recensioni clienti
Vedere la pagina 347
293
Mamre
worden Gen. XIII, 18 genoemd; Abraham woonde daar toenmaals; over de
juiste ligging van deze plek, bij Hebron, is geen zekerheid.
Belofte
(37) is een woord
van groote beteekenis vooral in het Oude Testament en nòg in het werkdadig
Bijbelsch Christelijk geloofsleven: het behoort tot de vaste
terminologie
van het
Joodsch-Christelijk Geloof; zie het Doopformulier der Hervormden, achter in het
kerkboek. Onder de
beloften
verstaat de Geloovige al wat God aan Zijn volk (de
door Hem uitverkoren Geloovigen) heeft toegezegd, als bewijzen van Zijn
onveranderlijke liefde en trouw: de eerste belofte vinden we in Genes. III, 15; aan
Abraham vielen (en in hem aan Abrahams kinderen in 't geloof, d.z. allen die in den
Messias hun Heiland hebben gevonden) de heerlijkste beloften ten deel. Het geheele
O.T. door openbaart Jehova zich in beloften: zie onder vele b.v. Gen. XII, 2, 3, 7;
XVII, 4-9; Exodus XXIX, 43-46; Leviticus XXV, 18-21; Deuteronomium XXVIII, 1-14;
Jozua I, 6-9, en zoo steeds voort. De Geloovigen worden wel
kinderen der Belofte
genoemd: zie daarvoor Romeinen IX, 8-9 en de verklaring in Galaten IV, 28 (Izaäk
was immers de zoon van Gods beloften aan Abraham); vgl. het Doopformulier.
Uit
Abrahams heup geboren
(38): de heup was bij de Israëlieten de zetel der manlijke
kracht (teelvermogen): vgl. Gen. XLVI, 26; Exod. I, 5; Richteren VIII, 30. Onze
dichters nemen de uitdrukking over; zoo noemt Bilderdijk zijne kinderen:
Spruitjens
van
(
zijn
)
heup. Is koning:
nl. als patriarchen der volken en als stamvaders der
vorsten, die, naar de
belofte
, uit Abraham zouden voortkomen. Vgl. ook Gen. XVII,
6 en vooral 20.
II. Wat bijzonders is er in de woordschikking van 22-23?
Bij het gebruik van
naberouw
(24), komt de nadruk daarop, dat het berouw
na
de
verkeerde daad en
te laat
komt. -
Kommer
(25) kan zijn: zorg over de toekomst;
diep in de ziel bestreden
is echter een bepaling bij
naberouw en kommer
en nu
schijnt het ons beter
kommer
op te vatten als ‘kommer over zich-zelve’ ‘zelfverwijt’,
als synoniem van ‘naberouw’ dus; hare aangeboren fierheid en haar echt vrouwelijk
gevoel van minachting, nu vijandschap geworden jegens Sara, zijn met dat berouw
in strijd: diep in haar is een verzet tegen haar ‘beter Ik’.
26. Het schijnt eerst, of er in dit vers een tegenspraak zit tusschen
richt
en
ongewisse
. Ook kan men een oogenblik in bedenk staan, of zij zich nu
naar
dien
somberen weg toe beweegt dan wel op den weg zich bevindt:
op
laat immers beide
beteekenissen toe, en bij ‘zijn schreden richten’ verwachten wij eene bepaling van
‘waarheen’. Met het oog op vers 32
Keer tot geen land van Cham
, wordt het duidelijk.
Hagar is eene egyptische. Zij bevindt zich
op
den somberen weg en gaat in de
richting van Egypte: hare schreden hèbben een vast doel en
ongewis
is haar gang,
omdat ze den weg niet nauwkeùrig kent, zij weet enkel: dièn kant uit; ook is zij wel
vermoeid, zie de volgende verzen.
27-30. Het ‘kloppen’ maakt haar ongewissen, stootenden gang aan-
Taal en Letteren. Jaargang 2
Vedere la pagina 347
1 2 ... 343 344 345 346 347 348 349 350 351 352 353 ... 439 440

Commenti su questo manuale

Nessun commento