177
den schat die te Kriekeput begraven ligt. Doch de leeuw kent den loozen gast, en
vreest dat Kriekeput een ‘geveinsde name’ zou zijn. Neen, Koning, antwoordt Rein
daarop,
... ghi sijter also na,
Alse
van Colne tote meie
. (vs. 2641).
d.i. wat gij denkt, is een onmogelijk iets.
Soortgelijke woordkoppelingen zijn dus zeer oud, en tot op onzen tijd bekend
gebleven. Nog heden, schijnt het, bestaan in Zuid-Duitschland talrijke uitdrukkingen
als
zwischen Pfingsten und Strassburg
, of
zwischen Pfingsten und Esslingen
, met
de beteekenis van
nergens
, als antwoord op vragen die men wil ontwijken
1)
.
Ook in de Latijnsche gedichten der middeleeuwen treft men voorbeelden aan.
Inter Pascha Remisque
(
tusschen Paschen en Rheims
), leest men in
Reinardus
II,
vs. 690; en verder (ib. IV, vs. 970),
inter Cluniacum et sancti festa Johannis obit
(d.i.
hij overleed
tusschen Cluny en Sint Jan
).
Tuinman (
Spreekwoorden
, I, p. 334) geeft de Nederlandsche uitdrukking:
Van
Aken tot Paschen;
en nog heden is de Fransche spreekwijze:
Cela s'est passé entre
Maubeuge et la Pentecôte
volop in gebruik.
Pierrot in Molière's
Don Juan ou le Festin de Pierre
(II, 1) spreekt van een
‘garderobe’ (= voorschoot)
aussi large que d'ici à Pâques
. Het is niet onwaarschijnlijk
dat Molière, om het komisch effect te verhoogen, zijn personage een dezer populaire
maatbepalingen laat aanwenden.
Er zijn talrijke spreekwijzen, om een tijd aan te wijzen die nooit moet komen.
Daartoe neemt de volksgeest vaak zijn toevlucht tot kerkelijke feesten, waarbij
alsdan een komische onmogelijkheid wordt gevoegd.
Zeer gewoon is o.a. de spreekwijze:
als Paschen en Pinkster op éen dag vallen
,
of:
als Paschen op een maandag valt
.
Er bestaan zelfs fictieve feestnamen om hetzelfde uit te drukken: ‘
te
Pruimpaschen
’, zegt men in Limburg, ‘
als de kalveren op 't ijs dansen
.’ Ook wordt
Pruimpaschen
in deze spreekwijze wel vervangen door
Sint Jutmis
of
Sint Juttemis
,
een uitdrukking, die reeds in 1738 door Marin in zijn
Dict
.
français-hollandais
wordt
opgegeven.
Ook in het Fransch zijn soortgelijke woordkoppelingen voorhanden.
Cela arrivera
,
luidt het,
si le Carême dure sept ans;
of wel:
la Semaine des trois Jeudis
. Soms
wordt aan deze laatste uitdrukking bijgevoegd:
quarante jours après Jamais
2)
.
1)
Van den Vos Reinaerde
(ed. Martin) aanm. op vs. 2641. Ook ed. Jonckbloet, Bijvoegsel op
Glossarium. Zie verder C. Müller-Fraureuth:
die deutschen Lügendichtungen bis auf
Münchhausen
(Halle 1881) p. 104 (aanm. 62).
2) De Italiaan antwoordt met een rijm:
Il dì di San Bellino
Tre dì dopo il giudidio.
d.i. op den dag van S. Bellino, drie dagen na het (laatste) oordeel. S. Bellino is eveneens een
verzonnen heilige. Z. Rolland,
Rimes et Jeux de l'Enfance
. (Paris 1881) p. 289.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Commenti su questo manuale