345
Maar beperken deze -
s
1)
niet tot de masculina meer, en zeggen ook:
ondank is 's werelds loon. - 's werelds goed is eb en vloed. - tantes hoededoos. -
mijn goeie moeders graf. - zijn(er) majesteits onderdanen.
Evengoed als:
een rijkelui's wensch. - ‘rijkelui's ziekten en armelui's pannekoeken stinken ver’.
- ‘armelui's wenschen en behoeften, maar niet plichten’. - allemans vriend. - een
anders gedrag. - wies hoed is dat? - de dieës.
Deze praeposiete genitief op -
s
komt het meest voor bij woorden, die min of meer
het karakter van eigennamen krijgen; zij bleef in een bepaald verband alleen
bewaard.
Dan staat de
s
nog bij woorden, die achter veel, weinig, ‘wat, wat voor’, enz.
staan
2)
:
hij heeft wat kortaf
s
in z'n doen en laten. - wat gewichtig
s
had die te zeggen. -
niet veel bizonder
s
. - wel wat grappig
s
.
Het lijkt er op of deze
s
zich in verloop van tijd tot deze beide gevallen zal bepalen.
33. Diezelfde
s
mogelijk is het die sedert lang al adverbia vormt; nú is die een
speciale adverbium-uitgang geworden
3)
. Men voelde dàn in 't syntaxiaal verband
deze gevallen niet meer als genitief; het werd een uitgang om een andere verhouding
aan te geven.
Men voelt nu nog minder als 't kon, den genitief. 't Is daarom dan ook geraden
om hier niet meer van een genitief
s
te spreken
4)
.
34. Dan dient een suffix
s
nog tot pluraalvorming; meer dan ooit.
tantes, beloftes, lentes, getuiges, bediendes, de bodes van 't stadhuis, groentes,
vredes, (land)vredes.
Ja, als regel kan men zeggen: zoo goed als alle woorden van meer
1) De zwakke genitief op
en
komt sedert lang al, veel minder voor, vgl. de samenstellingen naast
des heeren
, o.m. ‘onze-lieveheer
s
-beestje’; enz. Meest worden ze omschreven met ‘zen’: De
gastheer z'n verlangen, naar meneer z'n zeggen .. etc.
Het middelned. had veel meer zwakke genitieven, vgl. van Helten, Mndl. Spr. § 278-289. En
voor de proposiete genitief op
s
: van Helten, Vondels Taal I, bl. 59, vv.; II 138, vv.
De voorgaande bijbehoorende woorden blijven meest onverbogen; vgl. ook keizer Karel's
hond; al bij Rodenburg, zie
Taal en Letteren
, II, 32; en Vondel, enz.
2) Dit soort verband wordt vaak, bij substantieven, door ‘van’ aangegeven: wat van gewicht.
Of in 't geheel niet meer aangeduid: wat brood, wat wijn. Evenals ‘een glas goeie wijn’; een
menigte menschen. Ook kan bij menigte ‘van’ komen; bij ‘klasse’ gebeurt dit meestal: de een
of andere klasse van menschen. Vgl. de stad Rome, en ‘de stad van Rome’.
3) Dat er reeds van ouds, d.w.z. zoover we terug kunnen nasporen, een adverbiale
s
bestaan
heeft; vgl. Brugmann, II, 2, blz 582, 590, 700/1, 703.
4) Evenmin als bij: onverrichter zake, ouderwetsch(!), langzamerhand, middelerwijl, etc.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Commenti su questo manuale